Sint is de weg kwijt

 

 

Een wat langer verhaal over een dementerende Sint. Voor kinderen van 6 tot 96.

Sint is de weg kwijt

Zoals je weet woont Sinterklaas in Spanje. Hij heeft daar een mooi huis, met zwembad. En voor Amerigo een sappig groen weiland met een ruime stal. Het huis van de Sint is groot. Heel groot. Dat is ook wel nodig, want waar laat hij anders al die cadeautjes die hij het hele jaar door inkoopt? En als 5 december dan nadert heeft hij vaak nog niet genoeg en worden de Pieten erop uit gestuurd om nog het een en ander te gaan kopen in de winkels.
Sint wandelt regelmatig zijn hele huis door en kijkt dan in elke kamer wat voor cadeaus er liggen. Niks ontsnapt aan zijn aandacht. Als er ook maar een pakje anders ligt roept hij de bewaar-piet ter verantwoording.” Waarom liggen deze pakjes nu anders dan vorige week Piedro?” En de arme Piedro moet dan met een heel goed argument komen om de Sint te vriend te houden. Vorig jaar liet de oude baas hem de hele reis van Spanje naar Nederland het dek van de stoomboot schrobben….met een tandenborstel wel te verstaan. En dat allemaal omdat Piedro vergeten was de deur van de voorraadkamer dicht te doen en stal-kat Poespoes een zakje pepernoten half had leeggegeten.
Nee, Sinterklaas is dan wel een groot liefhebber van zoete kinderen, voor zijn Pieten is hij een strenge baas. En het lijkt wel of hij steeds vaker zomaar uit zijn slof schiet, om kleinigheden waar hij vroeger niks van zou zeggen.

Vandaag is een beetje saaie dag. Ook in Spanje regent het wel eens en een druilerige motregen komt van boven.
Pacco, de keukenpiet, verwondert zich erover dat Sint nog niet aan de ontbijttafel zit. Elke ochtend stipt kwart voor acht ontbijt de oude man. En een flink ontbijt is dat meestal ook nog. Zo heeft Sinterklaas voorkeur voor gebakken eitjes met spek, verse broodjes, een plak peperkoek, een appel en een sinaasappel, yoghurt en een glas karnemelk. Daarna, met een krantje erbij, volgt dan nog de koffie met een stukje marsepein. Onderwijl neemt hij de stand van zaken door met de regel-pieten. Hoe is het met de centjes, moeten er nog pakjes aangeschaft worden, welke post gaan we beantwoorden. En passant wordt ook de agenda bekeken; welke zieke mensen krijgen vandaag bezoek van de Sint, wanneer is het tijd voor de fitness en hoe laat komt Frits, zijn goede vriend op bezoek. Het is als het ware een echt werkontbijt.
Maar nu is het 8 uur geweest en Sinterklaas zit nog steeds niet aan de ontbijttafel. De eitjes met spek worden al koud. Pacco loop onrustig heen en weer, hoe kan dit nu toch?
Uiteindelijk loopt hij naar de slaapkamer van Sint. Zachtjes klopt hij aan. Alles is nog donker, wat vreemd! Als er geen reactie komt, drukt Pacco voorzichtig de klink naar beneden. Langzaam duwt hij de deur zover open totdat er genoeg licht de kamer binnenkomt om rond te kijken. Sint ligt nog in bed! Zijn ogen dicht. Met gedempte stem roept Pacco zijn naam. Sint doet zijn ogen open en vraagt “Wat is er Pacco, waarom kom jij zomaar mijn kamer binnen?” Pacco begint van de spanning te stotteren. ”Eh…hhhet iiis al 8 8 uur meneer Sinterklaas, en nnu is uw eieitje koud en……bent u ziek?”
“Al 8 uur hm? Zozo… tja, een koud eitje is nu niet een echt aanlokkelijk vooruitzicht. Ik denk dat ik dan nog maar even blijf liggen.” En dan, ineens op barse toon; “en zorg ervoor dat ik niet gestoord wordt Pacco! Begrepen?”  Die arme Pacco snapt er nu helemaal niets meer van en met een gedienstig  “ik zal ervoor zzorgen meneer Sinterklaas” sluit hij de deur en loopt terug naar de keuken.

Een grote kan warme Chocolademelk staat op tafel. Eromheen 12 mokken, met een oortje en op elke beker een afbeelding van Sinterklaas. Ook een bakje pepernoten staat op tafel. Het zijn de pepernoten waar Poespoes er al een aantal van op heeft. Sint wilde ze weggooien, maar dat vond Piedro toch jammer.
Wanneer alle 12 stafpieten van de Sint om de grote ronde tafel zitten en Pacco voor iedereen warme chocomel heeft ingeschonken begint de vergadering. ‘Heren Pietermannen”, zo begint Piedro, “wij zijn hier bij elkaar vanwege een probleem!” Geroezemoes vult de vergaderkamer. Probleem? Wat voor probleem? Is de stoomboot stuk, heeft Amerigo zich verstapt? Wat kan het zijn?- “Ahum”…. Doet Piedro . En nog eens “Ahum….het probleem betreft niet de stoomboot of Amerigo. Het probleem betreft Sinterklaas!” De Pieten reageren verrast. Riggo laat de noot, die hij net in zijn mond wil stoppen, vallen; Diego knoeit warme chocomelk op het wit damasten tafelkleed, wat hem op een boze blik van Pacco komt te staan, de anderen zijn met stomheid geslagen en kijken met open mond wat onnozel in het rond. Sinterklaas? Een probleem? Wat dan?
Piedro vertelt wat er deze morgen is voorgevallen, en dat de oude heer nu nog steeds in zijn bed ligt en niet gestoord wenst te worden. Ook brengt hij in herinnering dat Sint de laatste tijd toch wat snel geïrriteerd is, wat overdreven lijkt te reageren en vergeetachtig is. Dat kunnen alle stafpieten beamen. Ze hebben allemaal de laatste tijd al een veeg uit de pan gehad van hun baas, die normaal toch de vriendelijkheid zelve is.
“Dus” ,vervolgt Piedro zijn verhaal, “moeten we iets doen!” Heeft iemand een idee?
De pieten denken allemaal heel diep na. En na dit interessante denkwerk gaan ze los.
“De man is moe!”, “Hij vindt de kinderen zo ondankbaar”, “Zijn conditie wordt er met de jaren niet beter op, dus hij zit niet lekker in zijn vel”, “Misschien mist Sint wel een vriendin.” En zo gaan ze nog even door. Scribbi de schrijfpiet heeft veel moeite om het allemaal bij te houden en te noteren. Als alles in de grote computer van Scribbi staat, besluiten de pieten om nog maar eens wat warme chocomel te drinken en stap voor stap alle mogelijkheden te bespreken.

“Moe”, zo zegt Piedro. “Kan dat? Kan Sint zo moe zijn dat hij kribbig wordt en zijn bed niet uit wil?”. De andere Pieten geven aan dat Sinterklaas zijn in de winter echt wel heel zwaar werk is. Daar staat tegenover dat de rest van het jaar best rustig is. Niet voor de Pieten, want die moeten er het hele jaar op uit om het grote boek te voorzien van allerlei informatie over de alle kinderen. Dus dat Pieten moe zijn, is voor de hand liggend. Dat Sinterklaas zo moe is, dat wil er toch echt niet in.

Het volgende bespreekpunt is dat van de ondankbare kinderen. Ze zijn het er allemaal over eens dat dit weleens een goede reden zou kunnen zijn. Kinderen zijn tegenwoordig steeds minder snel tevreden en willen altijd maar grotere en duurdere cadeaus. Als je dan altijd zo je best doet, is het heel naar als naderhand blijkt dat ze niet blij zijn met hun cadeautjes.

“Dan”, vervolgt Piedro, “de slechtere conditie!” “Tja”,  beamen de andere pieten, “dat zou goed kunnen. Sint doet wel aan fitness, maar minder dan eerst. Als je niet voldoende in beweging bent, voel je je vaak minder lekker. Wellicht moeten we Sinterklaas overhalen eens naar de dokter te gaan.”

“Kan Sint eenzaam zijn, dat is de volgende“, vertelt Scribbi. “Hoezo eenzaam, Sint heeft ons toch altijd bij zich!” roepen andere pieten verontwaardigd. “Tja”, legt Scribbi uit, “Toch kan Sinterklaas ook weleens behoefte hebben aan een ander mens dan wij om zich heen.” “Ja , en Frits dan?” “Da’s maar 1 ander mens en bovendien een man. Misschien wil Sint wel een vriendin.” “Jaha”, brengt Piedro in herinnering, “Herinneren jullie Bella nog? Ze vond alles geweldig en Sint was weg van haar. Toen ze als hulpklaas allerlei vreselijk domme dingen ging zeggen en doen, besloot de oude man toch maar met deze relatie te stoppen. Ik kan me niet indenken dat ie dat nog eens wil proberen.” “Ja, net als die keer dat ze met de Ferrari wilde rijden in plaats van met Amerigo….Ze racete zo van de weg af en in de sloot!!! Sint z’n mantel en mijter waren helemaal groen van de kroos….” De Pieten liggen nog in een deuk als ze daar aan terugdenken.
Riggo hikt nog wat na van het lachen als hij zegt  “En die keer dat ze de meneer van groep 3 een sufkop noemde”….en meteen ligt de rest ook weer dubbel. “Het zou wel veel te lachen geven als Sint weer zo’n vriendin zou hebben, en lachen is gezond…”

De stafvergadering is ten einde.  Voorlopig besluiten ze Sint goed te laten onderzoeken door de dokter en die resultaten maar eens af te wachten.
Iedereen gaat weer terug aan het werk.

“Steekt u uw tong eens uit.” De dokter onderzoekt de Sint van top tot teen. En dan begint hij hem vragen te stellen. Sinterklaas vertelt over vroeger tijden, toen hij nog jong was en alle daken met gemak op kon. De mooiste verhalen kan hij opdissen.
“Wat gebeurde er met Piedro toen PoesPoes de pepernoten had opgegeten?” vraagt de arts. Sint kijkt hem niet begrijpend aan. “Hoezo, daar weet ik niets van! Heeft Piedro de deur dan niet goed afgesloten?” De dokter zucht eens. “Weet u waarom uw pieten mij hebben laten komen?” “Nee beste man, eigenlijk niet” antwoordt Sint Nicolaas. “Ik voel me kiplekker!”
De dokter zucht nog eens en geeft Sint het advies om op te staan, lekker te gaan douchen en goed te ontbijten.

De stafpieten zijn al verzameld in de grote spreekkamer. “Tja” verzucht de dokter wederom. “Tja, Sint Nicolaas is natuurlijk een oude man. Fysiek is hij niet meer topfit. Hij kan zoveel minder dan, pak ‘m beet, driehonderd jaar terug. Maar dat hoeft geen probleem te zijn. Jullie pieten zijn jong en sterk, jullie kunnen hem veel werk uit handen nemen. Ik maak me meer zorgen om zijn geestelijke conditie.” Iedereen kijkt hem verbaasd aan. Zelfs Poespoes, die op z’n gemak zijn staart aan het likken is, gaat er eens goed voor zitten met zijn snorharen naar voren.
“Ik vrees”, zo hervat de arts zijn verhaal, “dat Sinterklaas ondersteuning nodig heeft.” “Zie je wel,” roept Piedro, “we moeten een vriendin voor hem zoeken!”. “Ahum…..”doet de dokter beschaafd. “…en met ondersteuning bedoel ik dat hij aan een soort van dementie lijdt.” Scribbi, die het verslag van dokter keurig aan het noteren is, kijkt even verwonderd op. ”Hoe schrijf je dat?”
“Tssss” moppert Riggo. “Ik vind het belangrijker te weten wat dat is!”
“Dementie is een nare ziekte, het wordt ook wel de ziekte van Alzheimer genoemd en je geneest er niet meer van. Je hersenen worden langzaam maar zeker een soort sponsje met gaten, waardoor je veel dingen gaat vergeten. Het vreemde is dat hoe langer geleden dingen gebeurd zijn, hoe beter mensen met dementie dit weten. Zaken die echter van recenter datum zijn, kunnen zo uit het geheugen verdwijnen.”
De pieten zijn er stil van. Hun Sint, dementerend. Wat nu?
“Zorg ervoor dat er altijd iemand in de buurt is bij Sint. Noteer alle afspraken die hij maakt, als hij gaat wandelen of paardrijden moet iemand er voor zorgen dat hij de weg terug kan vinden enzovoorts. En, misschien wel heel belangrijk, regel een vervanger!”
Met deze woorden verlaat de dokter het huis van Sint Nicolaas.
De pieten in stilte achterlatend. En Poespoes? Die loopt met hangende staart en snorharen in de richting van de stal.

Amerigo loopt vrolijk briesend door de wei. Hij heeft net klauter-training gehad van Dacco en is blij dat het erop zit. Sint mag dan wel een jaartje ouder worden, Amerigo is ook niet meer de jongste. Na zo’n oefening heeft ie toch wat kramp in zijn rug. Daarom heeft hij net lekker liggen rollen en met zijn benen getrappeld.
In de verte ziet hij zijn baas, Sinterklaas, aankomen. Hij loopt vast naar het hek, om eens lekker met zijn hoofd tegen de rode tabbert van Sint aan te schuren. Hee, das raar! Amerigo ziet geen rode tabbert. Wel een witte pofbroek en -ziet ie dat goed-  pantoffels!
Als de oude man bij het hek is aangekomen kriebelt hij zijn paard lekker met twee vingers achter de oren. “Kom makkertje” zegt hij. “We gaan lekker een stukje wandelen.” “Wandelen?” denkt Amerigo, “In je pofbroek en op je sloffen?” en hij briest wat verwijtend.
Maar Sint heeft het niet door. Hij pakt het halstertouw dat om zijn nek hangt, klikt het vast en haalt Amerigo uit de wei. Bij de stal aangekomen zadelt Sint hem op, doet het hoofdstel om en stijgt op. Amerigo snapt er niets van. Dit kan toch niet? Sinterklaas heeft helemaal niet de juiste kleren aan om te paardrijden? Wie doet dat nu, op z’n sloffen en in witte pofbroek? Zenuwachtig stapt hij opzij. Sint spoort hem aan, maar het paard wil niet vooruit.
“Wat is dat met jou vandaag”, moppert Sint, en spoort hem nog eens aan. Amerigo loopt onwillig het pad af, dat naar het grote hek leidt. Sinterklaas wil toch niet werkelijk zo door Madrid gaan rijden? De mensen zullen hem uitlachen, ook al is ie duizend keer Sinterklaas.

Ondertussen draven de pieten zenuwachtig rond. Ze hebben net van de dokter gehoord dat Sint eigenlijk niet alleen mag blijven en nu zijn ze hem al kwijt!!! Foetsie, spoorloos, nergens te vinden. Niet in de slaapkamer, niet in de werkkamer, niet in de tuin. Waar kan Sinterklaas toch zijn?
“Prt…”  De telefoon. Piedro neemt op. “Met het Sinterklaaspaleis” zegt hij. “U spreekt met Piedro.” Aan de andere kant wordt blijkbaar iets verteld dat Piedro niet had verwacht “Wat zegt u? Waar? Ja, ja, we gaan er op af….ja …enne…bedankt voor uw telefoontje!”
Beduusd legt Piedro de hoorn van de telefoon neer. Dan komt hij razendsnel in actie. “Alle pieten verzamelen!!!!” buldert zijn stem door het paleis. Intussen heeft hij de plattegrond van Madrid gepakt en een grote dikke stift. De pieten, die aan Piedro’s stem wel horen dat het menens is, rennen een voor een de hal binnen. “Pieten”, Piedro draait er niet omheen, “Pieten, Sinterklaas rijdt door Madrid, op Amerigo, met witte pofbroek en op zijn sloffen!” Na deze mededeling is iedereen stil en Piedro vervolgt zijn verhaal.. “Onze sint is gesignaleerd in de overdekte winkelgalerij, kennelijk om kadootjes te kopen. Volgens de laatste berichten is hij nu op weg richting grote autoweg. We moeten hem onmiddellijk gaan zoeken!”
Op de grote kaart geeft Piedro met de stift aan waar Sint eerst is gezien en welke kant hij nu opgaat. Snel worden de taken verdeeld. Vier pieten rijden naar de grote autoweg,  4 andere pieten gaan vanuit het winkelcentrum richting autoweg en zo hopen ze Sint op te vangen voordat er ongelukken gebeuren. Dan blijft er een team van 4 pieten reserve, om de telefoon te beantwoorden en eventueel nog andere taken te verrichten, mocht dit nodig zijn….Oh…als ze Sinterklaas maar op tijd vinden.

Amerigo vindt het maar niks. Wat moet Sint nou op de grote autoweg? Zenuwachtig draaien zijn grote witte oren van voor naar achter en weer terug. Zal hij ongehoorzaam zijn? Niet naar zijn baas luisteren en gewoon teruglopen? Maar ja, dat kan eigenlijk niet. Amerigo moet gewoon doen wat Sinterklaas wil…..Het arme paard wordt er helemaal nerveus van…
Sinterklaas neuriet intussen een deuntje, kijkt om zich heen en geniet van de zon die na de druilerige ochtend toch weer is gaan schijnen.
“Heerlijk”, zo zegt hij in zichzelf. “Heerlijk om buiten te zijn met dit weer. Het is hier trouwens wel druk op de weg. Ik wist niet dat hier zoveel auto’s en vrachtwagens rondreden. Ach ja, dat krijg je als je wat ouder wordt, alles lijkt veel sneller te gaan. Eens even kijken, Bella d’r huis kan ik niet vinden, maar als ik nu hier straks rechtsaf ga, en dan met de weg mee naar links, dan moeten we toch zo’n beetje thuis weer uitkomen?”

Intussen zijn in totaal 8 pietermannen op weg om sinterklaas te zoeken. In het winkelcentrum horen ze dat Sint gemopperd had op de prijzen voor de nieuwste games, en dat vroeger, in zijn jeugdjaren, een paar sokken al een geweldig kado was. En als 4 pieten de speelgoedwinkel in willen gaan, stappen ze bijna in iets bruins dat niet zo fris ruikt. Voor de speelgoedwinkel heeft Amerigo het een en ander laten vallen. “Potjandorie…..” klinkt het in koor. ”yekkie”.
Ze verlaten het winkelcentrum en gaan via de brede hoofdstraat richting grote autoweg. Onderweg vinden ze een hoefschoen van Amerigo. Wat een toestand! Straks loopt het paard ook nog mank! Iedereen wordt nu nog zenuwachtiger en gauw doen ze een schietgebedje op de goede afloop!

Wat raar is dat! “Waarom schommelt het paard zo?? Het lijkt wel of ik op de stoomboot zit in plaats van op mijn trouwe witte vriend.” Sint snapt er niets van. Amerigo heeft zijn oren naar achteren gedraaid en zakt telkens een beetje door zijn linker voorbeen. Sint stapt af, terwijl de auto’s langs hem heen racen. Voorzichtig bekijkt hij Amerigo’s voorbeen en tilt zijn hoef op. “Krijg nou de roe” zegt Sint. “Amerigo trouwe vrind, je bent een schoen kwijt. Geen wonder dat je zo moeilijk loopt. Sinterklaas besluit om naast Amerigo te gaan lopen, maar, welke kant moet ie nou uit? “We hadden er al lang moeten zijn” moppert Sint, “hoe kan dit nu toch? Nou vooruit, we lopen nog een klein stukje verder deze kant op…ergens moeten we toch een herkenningspunt zien.” En moe maar vastberaden loopt Sinterklaas naast een hinkende Amerigo aan de rand van de drukke autoweg.

Een rustig muziekje klinkt in de rode auto…. Als meneer Frits zich naar voren buigt om het geluid wat harder te zetten, let hij even niet goed op en maakt een slinger met zijn stuur.
De bestuurder van de auto die hem net inhaalt schrikt vreselijk van die plotselinge beweging en toetert hard. Meneer Frits kijkt verschrikt op, grijpt zijn stuur stevig vast en ziet in een oogwenk hoe -een stukje voor hem- een wit paard geschrokken de weg opspringt!! De rode wagen van meneer Frits kan nog maar net tot stilstand komen en op het laatste ogenblik wordt een ongeluk voorkomen .Een lange rij auto’s achter hem komt tot stilstand en hier en daar stapt iemand uit om de situatie eens nader te bekijken.
“Krijg nou wat” mompelt meneer Frits verbaasd. “Dat is Amerigo! En die halve gare in pofbroek en op sloffen die er bij loopt is mijn ouwe makker!”
Terwijl meneer Frits uitstapt en op Sint en zijn paard toeloopt komen ook alle pieten aangesneld. “Is alles goed Sinterklaas”, “Wat bent u nu toch aan het doen?”, “We waren u kwijt…” En meneer Frits: ”Goeie ouwe vriend, wat bezielt je te gaan wandelen met Amerigo langs de drukste weg van Madrid?”  “Ach” antwoordt Sint-Nicolaas “ik wilde ontspannen, lekker met Amerigo naar mijn oude vriendin Bella rijden, maar ik kan de weg niet vinden. Ze veranderen ook zoveel de laatste tijd. Vroeger he, als ik dan een stuk terug de afslag nam, dan kwam ik gewoon weer op het paleis en zelfs dat is dus niet meer zo. Kun jij me niet even brengen? En dan is mijn trouwe schimmel ook nog een schoen kwijt.”

De Pieten ontfermen zich over Amerigo, en Sint wordt door vriend Frits naar huis gebracht.
De lange rij auto’s komt weer langzaam op gang.

“Sinterklaas”, zegt Piedro ferm, “Sinterklaas, we hebben u iets niet verteld en dat is niet netjes. De dokter heeft ons verteld dat u de ziekte van Alzheimer heeft, dementie….U vergeet dingen, wordt wat sneller boos en onrustig!  We hadden beter moeten opletten en u niet zomaar laten vertrekken met Amerigo.”
“Zozo…”zegt Sint terwijl hij Poespoes achter de oren kriebelt, “Alzheimer is bij mij op bezoek.” “Ja vriend, en hij blijft lang logeren”, voegt meneer Frits toe.
“Als dat zo is, wie moet dan met mijn verjaardag zorgen dat elk kind een pakje krijgt? Ik kan het niet maken om een kindje te vergeten!! En ik vind het al zo zwaar worden, dit werk.” Sint kijkt hoofdschuddend naar beneden, alsof daar het antwoord te vinden is.
Piet Riggo kijkt eens naar meneer Frits. Samen hebben ze hier al over nagedacht.
“Sinterklaas”, zegt meneer Frits, “Het is ook teveel werk en zorg voor 1 sinterklaas. Eigenlijk he, zou u kunnen werken met helpers. Hulpsinterklazen, die u zelf uitzoekt. U blijft dan natuurlijk de enige echte, en u komt ook echt met de Stoomboot in Nederland aan, maar u gaat dan niet meer naar alle winkels en scholen en sportclubs en zeker niet meer alle daken op. Dat laat u over aan de hulpklazen, die jonger en leniger zijn.” “En Amerigo dan?” vraagt Sint terecht. “Amerigo blijft bij u. De hulpklazen krijgen ook hulpschimmels.”
Sinterklaas heeft diepe denkrimpels. “En wie co-ordineert de boel dan? Wie zorgt ervoor dat alle pakjes er zijn, dat de pieten hun werk weten, dat de hulpsinterklazen hun werk goed doen, wie houdt het grote boek bij en alle administratie?”
Ook daar hebben meneer Frits en Riggo over nagedacht. ”Kijkt u maar eens naar de deur recht voor u.”
De deur zwaait open, en daar staat Bella. Aanwezig als altijd. “Hallo Klaasje, ik ga je eerst eens een dikke kus geven….Smak. Zo. Luister eens, als hulpklaas was ik niet geschikt, das duidelijk, maar ik ben enorm goed in de zaken regelen zoals je weet. Jij bent de adviseur, en ik degene die de zaken verder plant, afspraken maakt, de voorraden regelt en de centen in de gaten houdt. En ik ben heel goed met computers en internet.”
Met open mond hoort Sint haar verhaal aan. ”Jullie hebben dit allemaal al bedacht he” stamelt hij, nog steeds wat verbouwereerd. De glimmende gezichten van zijn vrienden en Pieten vertellen hem genoeg.

En als het in Nederland koud en winderig is, hoeft Sinterklaas niet meer het dak op. Samen met Amerigo maakt hij wel een ritje op verschillende plaatsen, gewoon voor de ontspanning en onder begeleiding van een trouwe Piet. Zodat hij nooit meer de weg kwijt is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Copyright LB 2010

(397)

This entry was posted in verhalen and tagged . Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *