Nauwkeurig lezen: 3 stappen in drie dagen

Begrijpend lezen is geen vak. Dat schreef ik de vorige keer. Begrijpend lezen (en luisteren) kan en moet je eigenlijk altijd doen! Het is een wijze van didactiek die een enorme meerwaarde heeft voor de ontwikkeling van de woordenschat en taalbegrip,  begrip van de wereld, studievaardigheden en leren leren. Schoolbreed moet je met elkaar afspreken hoe je vorm wilt geven aan deze didactiek. En eigenlijk is begrijpend lezen of luisteren een kwestie van nauwkeurig lezen of luisteren. In het Engels ook wel close-reading genoemd.

3 Dagen
Buiten het feit dat je elke gelegenheid moet pakken om met kinderen op onderdelen naar teksten te kijken, kan je wekelijks dieper op een tekst ingaan door de methode van nauwkeurig lezen (close reading). Dat kan met een tekst uit de actualiteit, uit de w.o. methode, leesboek, informatieboek, gedichtenbundel….noem maar op. Deze tekst is de tekst van de week. En in drie dagen werk je hier telkens zo’n 20 minuten aan met je leerlingen.

Dag 1
Je leest de tekst voor. De leerlingen luisteren. Je vraag de leerlingen te onthouden of te noteren wat hen opvalt. Je gaat nog niets verduidelijken, hoewel je bij een enkel moeilijk woord wel modelt om de kinderen te leren hoe ze met een moeilijk woord kunnen omgaan. Na deze eerste voorleessessie vraag je de kinderen welke vragen ze zelf nu hebben. Die vragen noteer je. Je doet er nu verder niets mee.

De kinderen krijgen nu een kopie van de tekst waarop ze kunnen werken. Je leest de tekst nog eens voor en de leerlingen lezen mee. Tijdens het lezen zetten ze een kringetje om een woord dat ze niet kennen, zetten ze een vraagteken als de tekst een vraag oproept en een uitroepteken als iets hen verrast. Zie onderstaande afbeelding als voorbeeld. Overigens staat in regel drie “boek” in plaats van “broek”. Dit kan je natuurlijk ook laten signaleren ūüôā

voorbeeld 1

Als afsluiting vraag je aan de kinderen waar de tekst over gaat volgens hen. (Inleving/empathie) Tip om dat te ontdekken: kijk of er zich herhalingen voor doen in de tekst (dat hoeven geen letterlijke herhalingen te zijn, iets kan ook met andere woorden gezegd worden )

Dag 2
Je begint de les door kort aan te geven (of te vragen) wat volgens de kinderen het thema was. Vervolgens lees je de tekst weer voor en de kinderen lezen mee. Daarna gaan ze (gebruik diverse CL leervormen voor de afwisseling) elkaars notities (cirkeltjes, vraagtekens en uitroeptekens) bespreken. Je pakt hierna even kort terug bij een paar leerlingen: Wat heb je besproken en ontdekt? Nu gaan de kinderen weer met de tekst aan de gang en zetten pijltjes bij de zinnen waarin ze een verbinding zien met het thema. Mochten er meer argumenten zijn (of opsommingen) dan laat je ze die nummeren. Ze mogen ook hun eigen gedachten/vragen noteren als ze dat willen.  Zie onderstaand voorbeeld voor de verbindingen met het thema en eigen vraag/gedachte.

voorbeeld 2

Wat je ziet is dat verbinding op inleving hier alleen voor de jongen is aangegeven. Hij voelt mee met het beestje dat strompelt, niet zo goed kan rennen en spelen, omdat hij dat ook niet kan. Wat hier ontbreekt, is de notitie van de verbinding van de empathie die de boer heeft voor de jongen. De boer knielde neer bij  de jongen, hij wil hem beschermen voor een miskoop, ziet dan wat er met hem aan de hand is en stemt toe.

Je bespreekt kort de bevindingen. Vinden de leerlingen dit nog moeilijk dan ga je hen door middel van modelen (hardop denken) verder helpen.

Dag 3
Je vraagt een of meer ¬†leerlingen te vertellen hoe het verhaal gaat en welk thema (hoofdgedachte) tot nu toe is bepaald. Daarna vraag je je leerlingen eens goed te kijken naar de sfeer in de zinnen. Wat roepen deze zinnen op? Waaraan kan je dat zien/horen? Laat je leerlingen in de kantlijn noteren wat hen opvalt in die zinnen als het om sfeer/gevoel/ belevenis gaat. Dat kan weer in een CL vorm uiteraard ūüôā Daarna bespreek je wat er is gevonden. Vinden je leerlingen dit nog moeilijk, dan doe je het zelf via modelen, zodat voor hen duidelijk wordt hoe het werkt. Je bepaalt natuurlijk zelf welke woorden je gebruikt voor de notities.

voorbeeld 3

Als afsluiting kijk je naar de vragen die in de eerste les zijn genoteerd. Kunnen we ze allemaal beantwoorden? En als we een vraag niet kunnen beantwoorden, wat hebben we dan nodig om dat wel te kunnen?

Na drie dagen kan de kopie van de leerlingen er dan als volgt uitzien:

voorbeeld 4

De stappen die hierboven zijn genoemd kunnen al vanaf ¬†de onderbouw tijdens begrijpend (of liever nauwkeurig) luisteren aan de orde komen. Waar mogelijk betrek je ook illustraties bij je lessen. Vanaf groep 5 kan je dan ook nog diverse ander strategie√ęn gaan toevoegen aan de tekst van de week. Daarnaast kan je in alle lessen en met alle teksten die daarbij worden gebruikt, onderdelen van nauwkeurig lezen even aan de orde laten komen. Zo leren kinderen dat elke tekst een tekst is waar ze iets van kunnen leren.Door op deze manier te werken in begrijpend lezen geen vak meer, maar een leermethode.

In een toekomstig blog meer over nauwkeurig luisteren en lezen in de diverse bouwen.

 

(3818)

This entry was posted in Blog and tagged , , , , . Bookmark the permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *